Winterweer

Het is prachtig winterweer vandaag. Als Mirthe naar school is, pak ik Joris goed in en wandel naar ons meertje in Velserbroek. Zoef! Langs ons suist een slee. Erop zit een jongetje van een jaar of 3. “Harder papa!”, gilt hij blij. Het kwastje op zijn muts danst enthousiast op en neer. Ik staar naar de twee strepen in de sneeuw die de slee heeft achtergelaten. De wagen gaat zwaar en ik vind mezelf zielig. Ik heb pijn in mijn rug van het gesjouw de hele dag. Hoe moet dat later? Als het jongetje op de slee een eigen gezin heeft? Is er dan ook nog plek voor dit lieve jongetje in de aangepaste buggy? Hoe moet het als wij oud zijn en de crisis heeft de zorg nog verder verschraald dan nu? Ik volg de sleesporen en denk aan november 2007. De maand waarin Joris is verwekt en waarin ik dolblij staarde naar een blauw streepje op de zwangerschapstest. We hadden nog geen idee wat dat streepje voor ons leven zou betekenen. Ik kan er niks aan doen en mijmer verder. Wat als de bevruchting iets eerder of later was geweest? Als de cellen zich op een andere manier hadden gedeeld? Zat Joris dan op die slee? Trok ik hem dan zorgeloos voor? Harder en harder? Ik kijk naar het kind dat uit mijn buik kwam en dat zo welkom was. Hij humt tevreden voor zich uit. De flapjes van zijn bivaksmutsje deinen vrolijk mee. Hij is zich niet bewust van de gedachten van zijn moeder. Gelukkig maar. Kleine lieve man. Joris is Joris en volgt zijn eigen spoor. Ik kijk achterom. Het spoor van de wagen is grillig en niet zo strak als die van de slee, maar de sneeuw glinstert in de zon. Joris zijn pretoogjes stralen vertrouwen uit. Het komt echt goed mama! Ik geef hem een dikke knuffel en loop weer door, de zon in!