Herfstvakantie

Op een mooie voorjaarsdag zitten wij met vrienden in de tuin. Het is gezellig en de kinderen hebben het leuk met elkaar. We besluiten om samen een weekje naar Zuid Limburg te gaan. We boeken voor de herfstvakantie. Maar na een teleurstellende zomervakantie krijgen we spijt. Een week in een huisje met uitzicht over de heuvels. Zwemparadijs en speeltuin binnen handbereik. Samen koken met vrienden. Kinderen die met elkaar spelen en rennen in en rondom het huisje. Heerlijk. We moeten er niet aan denken. Een week met Joris in een andere omgeving. Een week geen rust. Een ander bed en niets aangepast. Maar we willen graag genieten, want we zijn er zo aan toe. Dus we gaan ervoor. Het aanbod van oma om Joris een week te verzorgen, slaan we af. Tegen alle adviezen in nemen we hem toch mee. Hij hoort erbij. Als we op de plaats van bestemming komen schijnt de herfstzon uitbundig. Het begint goed. We zitten heerlijk buiten en maken twintig foto’s van het uitzicht. De kinderen bemoeien zich met Joris. Ze duwen de rolstoel om de beurt. De heuvel af is een beetje spannend maar Joris vindt het prachtig. De jongste van mijn vriendin klimt op Joris’ schoot. Hij is de hele week haar prins. Joris is vrolijk. Hij doet het goed op de drukte. Hij moppert veel minder dan gedacht en als hij moppert, dan wordt hij opgevrolijkt. Het zwembad is lekker warm. De kinderen spetteren en racen van de glijbaan. Joris dobbert tevreden rond in zijn mooie rode zwemband. Hij geniet van het gejoel van al die broertjes en zusjes en van de armen van de mama’s en papa’s die hij deze week tot zijn beschikking heeft. Vele handen maken licht werk. In de ballenbak gooien de kinderen ballen naar elkaar. Joris ligt er tussen en kraait van plezier. Even later rijdt hij met zijn rolstoel tussen de skelters in. Hij kijkt er stoer bij. De zon schijnt de hele week. Het uitzicht is elke dag weer verrassend. We maken nog een foto. Joris rolt met zijn prinsesje langs de vijver waar hij de eendjes imiteert. We spelen tot heel laat spelletjes. De kinderen rennen achter elkaar aan in het donker met een zaklamp. Als Joris het zat wordt zijn daar zijn grote vrienden Lotte en Max. Ze wonen in de portable DVD speler en gaan gewoon mee aan tafel. Zo blijft hij tevreden natafelen, terwijl wij nog een wijntje inschenken. Als hij moe, maar voldaan in slaap valt in het campingbedje waar hij nog net in past, besef ik dat we rijk zijn met zulke lieve mensen om ons heen.

Schoolreisje

Mirthe gaat vandaag op schoolreisje. Ik breng haar naar de bus. Het is een grote bus. Een dubbeldekker. Eromheen krioelen kinderen van groep 1, 2 en 3. Opgewonden zoekt Mirthe haar beste vriendinnetje op. Ze mogen een plaatsje zoeken bovenin de bus. Ik kijk omhoog naar de imposante bus. Mijn dochter zwaait en trekt gekke bekken. Haar neus en mond laten een afdruk achter op het raam. Ik lach en steek mijn tong naar haar uit. Wat wordt ze toch groot. De bus vertrekt nog niet, maar we zijn met zijn allen al druk aan het zwaaien. Ik kijk even opzij naar de andere zwaaiende ouders. Naast mij staat een ontroerde mama. Ik ken haar. Ze is de mama van een jongetje uit Mirthes klas, maar ze zwaait niet naar hem. Ze zwaait naar haar dochter van net vier die ook in de bus zit en voor het eerst op schoolreisje gaat. Samen met haar grote broer. Ik kijk weer naar de bus. Op de onderste verdieping van deze enorme bus zitten de kleuters van groep 1 en 2. Mijn oog valt op twee uitgelaten knulletjes. Ineens is het daar. De Confrontatie. Het komt hard binnen. Mijn lieve mannetje had daar zo mooi tussen gepast. Ik stel me voor hoe hij onderonsjes heeft met zijn vriendjes, zijn rugtasje op zijn rug, zijn opgewonden gezichtje uitgelaten tegen het raam geplakt. Joris als stoere lieve kleuter, samen met zijn grote zus op schoolreis. Maar Joris hoort niet thuis in deze bus. Hij gaat met een andere bus naar een andere school. Ik vraag me af of het ooit over gaat. Of ik het ooit gewoon heb geaccepteerd. Of deze momenten er op een dag niet meer zullen zijn. Ik weet het antwoord. Ik moet denken aan een citaat dat ik eerder las. Het accepteren van het verlies van verwachtingen is een zware taak. Het verlies is doorgaand, omdat het verlies aanwezig blijft. Het is een levend verlies. De confrontatie met wat had kunnen zijn is er mijn leven lang, bij iedere mijlpaal. “Het is toch speciaal hè, zo’n eerste schoolreisje”, lacht de moeder naast me wanneer ze de traan opmerkt die over mijn wang rolt. Ik veeg hem gauw weg. “Inderdaad”, zeg ik, “maar ieder schoolreisje is weer speciaal” en ik zwaai naar mijn lieve sterke stoere dochter.