Een goede moeder

Vandaag komt iemand van opvoedondersteuning bij ons thuis. Het is een aardige mevrouw. Ze drinkt groene thee en ziet er verstandig uit. De maatschappelijk werkster heeft ons aangemeld. We krijgen tips in de dagelijkse zorg voor Joris. Ik moet leren hoe ik consequent kan zijn tegen een aandoenlijk schreeuwend jongetje met het begrip van een kleine dreumes. Zodat ik kan koken of kan eten zonder dat hij op schoot wil. Zodat ik een luier kan verschonen zonder dat hij alle kanten op draait. Zodat het gezellig is aan tafel met Joris, die sowieso niet eet, zonder dvd aan. Maar er is eigenlijk meer. Ik wil balans. Ik wil balans tussen een boekje lezen met mijn dochter en speltherapie met mijn zoon. Balans tussen aan de ene kant om zes uur opstaan en een poepluier verschonen en aan de andere kant een deadline halen op mijn werk. Maar vooral: Hoe word ik een blijere moeder, zodat Mirthe niet altijd naar haar vader trekt, want “mama kijkt zo streng” of ze is in gedachten omdat ze denkt aan alle to-do lijstjes op haar bureau en aan de was die gedaan moet worden. De zoveelste deze week. Joris zit in de spuug-fase. Een weeïge lucht van sondevoeding hangt in het huis. De opvoedondersteuner hoort mijn verhaal en vertelt iets over consequent zijn, regelmaat en herhaling. Ze zegt dingen die ik allang weet, maar waarvan ik ook weet dat ik daar niet aan voldoe. Ik oefen veel minder consequent met Joris dan ik zou willen en ik speel veel minder met Mirthe dan ik zou willen. Op mijn werk ben ik ook veel minder efficiënt dan ik zou willen. Eigenlijk voel ik me overal tekort schieten en bovenal: ik voel me onzeker. Een oude kwaal. Ik dacht dat het over was. Maar het is er nog steeds. In alle hevigheid. Ik ben niet in balans. Het leven gaat met mij aan de haal. Ik zie ze wel: de allerliefste man en kinderen van de wereld. Maar ik voel het niet altijd. Er zit iets tussen. Iets wat mijn geluk in de weg staat. De aardige mevrouw die er toch ook een beetje streng uitziet, vertelt dat ze een middagje komt kijken hoe ik het doe. In gedachten zet ik de dvd-speler maar vast uit. Dat wordt een lange middag. Ze gaat me beoordelen. “Vind je jezelf een goede moeder?”, vraagt ze. Ik moet er een tijdje over nadenken. Dan komen de tranen.