Geluksvogel

Zondagmiddag. Buiten is de lente ver te zoeken. Maar we moeten er nodig even uit, dus gaan we gezellig met zijn viertjes naar een Indoor Speelparadijs. We zijn niet de enigen die op het idee zijn gekomen, zo blijkt bij aankomst. De auto’s staan tot ver buiten het parkeerterrein. De moed zakt me in de schoenen. In gedachten zie ik al een heleboel starende kinderen voor me en daar heb ik vandaag helemaal geen zin in. Maar Mirthe heeft wel zin, dus we wagen ons de drukte in. Voor Joris is dit een fantastisch uitje. Hij kan in zijn rolstoel alle kanten op rijden. Binnen de kortste keren verzamelt hij een hele stoet bewonderaars om zich heen. Joris heeft er geen oog voor. Hij is alleen maar bezig met de route die hij aflegt. Als een volleerd bestuurder neemt hij bochtjes en ontwijkt hindernissen. Ik loop achter hem en beantwoord vragen. “Wat heeft hij?” “Hij kan niet lopen.” “Is hij gevallen?” “Nee, zo is hij geboren.” “Waarom kijkt hij zo gek?” “Omdat zijn oogje niet helemaal recht staat.” Ik werk het riedeltje geduldig af. “Wat zielig”, zegt een klein meisje en ze kijkt geschokt. Joris lacht naar haar. “Meid, maak je niet druk”, lijkt hij te zeggen. Een oma zegt gewichtig tegen Richard: “Wat goed dat jullie hier zijn. We moeten ze niet verstoppen.” Pfft. Joris hoeft zich helemaal niet te verstoppen. Dat zou toch zonde zijn. Hij kan ons allemaal zoveel leren! We halen Joris uit zijn stoel en zetten hem tussen de ballen en zachte blokken. Hij kraait en gaat billenschuivend de ruimte door. Hij smijt een bal weg, ploft op de zachte mat en rolt heen en weer. “Vroeger noemden we gehandicapte kinderen altijd ongelukkige kinderen”, hoor ik een moeder tegen haar vriendin zeggen. Ik draai me om, mijn ergernis heeft inmiddels plaats gemaakt voor trots. “Maar deze kleine man is niet ongelukkig hoor”, zeg ik lachend. De vrouwen lachen ook, vertederd. “Nee, dat zie ik”, zegt de moeder. We kijken naar Joris. Hij kraait van genot op zijn vierkante meter. Hij heeft geen last van schaamte of van verdriet om wat hij niet kan. Hij denkt niet aan vroeger toen alles nog beter was of aan later, aan wat hij nog allemaal moet doen. Hij hoeft geen oordoppen in tegen het lawaai, geen cursus mindfulness en hij maakt zich al helemaal niet druk om wat anderen van hem denken. Waarschijnlijk is Joris de grootste geluksvogel van het hele indoor speelparadijs.

Sliding Doors

Het is prachtig weer vandaag. Als Joris uit school komt gaan we lekker naar buiten. Mirthe rent met een vriendinnetje voor ons uit. Ze verdwijnt de hoek om waar ik haar later weer vind, hangend aan de ringen van een klimrek. Haar lange haren wapperen in de wind. Joris rijdt onverstoorbaar in zijn rolstoel langs het meidentafereel. Zijn handjes rollen de wielen driftig rond en rond. Ik moet goed oppassen dat hij niet een geultje in rijdt en stuur hem regelmatig bij. Als we op het schoolplein zijn, kan ik hem loslaten. Ik ga tevreden in het zonnetje op een bankje zitten, terwijl Joris rondjes draait en kraaiend een voetbalspel verstoort van een paar jongetjes verderop. In de verte komt een vrouw van mijn leeftijd aanlopen. Aan haar langzame tred zie ik dat ze net zo geniet van de eerste lentedag als ik. Met haar ogen bijna dicht vangt ze de zonnestralen op. Naast haar rent een klein jongetje. Hij klautert het klimrek op en zwaait met zijn benen. Mirthe kijkt er wat meewarig naar. Het jongetje doet stoer, maar is ook nog wel schattig. Hij plukt een bloem en geeft hem aan zijn moeder die inmiddels naast mij zit. “Voor jou mama”, zegt hij. Ik lach vertederd. Joris lacht ook op de achtergrond. “Hoe oud is hij?”, vraagt de vrouw naast mij. “Vier jaar”, zeg ik. “Ik ben ook vier jaar”, zegt het jongetje. “Ik ben ook vier jaar”, echoot het kinderstemmetje van het jongetje in mijn hoofd. “Ja”, zeg ik. Ik weet even geen beter antwoord. Ik moet denken aan de film “Sliding Doors”. Een film die zich afspeelt in twee verschillende werelden. In de ene wereld mist een vrouw net de metro en in de andere wereld haalt ze hem net. Dat ene moment waarin ze de metro net haalt of net mist is allesbepalend voor haar verdere levenspad dat zich in de film compleet verschillend ontvouwt. De vrouw naast mij op de bank lijkt op mij, maar ze komt uit een ander universum. Het resultaat van dat ene moment rolt naar mij toe en bonkt zijn voorhoofdje tegen het mijne. “Voor jou, mama”, lijkt hij te zeggen.