Loslaten

Op de kerstborrel van mijn werk dit jaar showt een collega trots haar zoon. Hoewel hij pas een paar maanden oud is, kijkt hij al met grote ogen de wereld in. In deze jonge moeder herken ik mezelf van vijf jaar geleden. Ik voel nostalgie. Joris is allang niet meer het kleine jongetje van toen. Al voelt het wel zo. Nog steeds houd ik hem graag in mijn armen en wieg hem als een baby. Ik duw mijn neus en lippen in zijn wang, kroel door zijn haren en zoen het kuiltje in zijn hals. Net zoals ik dat vijf jaar geleden deed. Kerst vijf jaar geleden. Joris was nog een baby, Mirthe was een meisje van twee. Ik las graag het kerstverhaal voor. Over de geboorte van een jongetje in de stal dat licht brengt in de duisternis. In mijn armen sliep ons eigen kerstkind. Er is een hoop gebeurd sinds die tijd. Het vasthouden valt me zwaarder na vijf jaar. Het zeurt onderin mijn rug en de weekenden worden langer. En dan ineens komt er een telefoontje van het Duinhuis dat er op de weekendopvang een plekje vrijkomt in januari. Joris kan daar, op zijn eigen dagverblijf, een weekend per maand logeren. We mogen er nog even over nadenken. Die avond kruip ik bij hem in bed en aai zijn slapende gezicht. Mijn eigen kleine jongetje dat zoveel licht verspreidt, maar ook zo zwaar wordt. Het kind dat zo zwaar wordt en tegelijkertijd zo beweeglijk, dat ik hem steeds moeilijker kan vasthouden. Het kind dat zo kwetsbaar is en dat ik zo moeilijk kan loslaten. Het voelt als hoogverraad als we uiteindelijk instemmen met het aanbod. De opluchting van af en toe een weekend niet zorgen, wordt overstemd door een voortdurend zeurend gevoel van gemis. Een volgende fase is onherroepelijk aangebroken. Het weekend voor kerst mag hij al komen wennen. Voor Joris is het geen enkel probleem. Het is bekend terrein en hij verdwijnt meteen de gang in met zijn rolstoel. Als hij uit mijn gezichtsveld is, moet ik ineens denken aan zijn zusje die op vierjarige leeftijd voor het eerst zonder zijwieltjes fietste en de hoek om verdween. “Nu ga ik de wereld bekennen”, riep ze, en ik weet nog precies wat Richard en ik toen lachend tegen elkaar zeiden: Het grote loslaten is begonnen. Misschien, bedenk ik me dan, heeft Joris ook wel recht om de wereld te verkennen. Op een plek waar zijn ouders niet zijn. Ook al is hij nog maar een baby van vijf jaar.