De schrijfster

NijntjeAls ik groot ben word ik schrijfster en ik schrijf dan elke dag. Over dingen die ik hoorde, die ik zag of bedacht. Het zijn de eerste zinnen van een boekje van Dick Bruna. Ik wou dat ik altijd zo mooi kon schrijven. Een luik open zetten wanneer ik wil. Zodat frisse lucht mijn stoffige binnenste in kan waaien en er inspirerende woorden naar buiten vloeien, zo op het papier. Woorden die raken. Mezelf misschien in de eerste plaats. Als een verhaal zich ontspint waarin ik zelf zo graag verdwijn als ik een mooi boek lees. Maar hoe doe je dat als de luiken van je gevoel potdicht zitten? Omdat je wordt ingehaald door de waan van de dag en opgeslokt door dagelijkse zorgen en verplichtingen? Voorheen putte ik dan altijd uit mijn inspiratiebron. Moederliefde. Voor mijn dochter, dat sprankelende meisje, de mooiste van de wereld, in wie ik zoveel herken. Voor mijn zoon die niet geboren werd zoals ik wenste, maar die er bijzonder goed in slaagt de wereld met al zijn verschrikkingen iedere dag weer glans te geven. Zij zorgden ervoor dat ik schreef. Dat ik langzaam maar zeker afscheid kon nemen van het gezonde jongetje dat ik niet kreeg en al het andere dat daarvoor in de plaats kwam kon omarmen. Maar de inspiratiebron droogt op. Ik heb alles al een keer opgeschreven de afgelopen jaren. Ik lees al mijn eigen verhalen terug in al die andere herkenbare columns van de vele andere schrijvende zorgmoeders. Het benauwt me ineens. Schrijven over mijn gehandicapte kind. Er wordt al zoveel over hem opgeschreven. In WMO rapporten voor de gemeente. In zorgplannen en zorgbeschrijvingen voor het zorgkantoor en de sociale verzekeringsbank. Alles staat op papier. Zijn hele hebben en houwen. En dan heb ik het niet over dat prachtige licht dat hij verspreidt. Nee. Dan heb ik het over de 24-uurs zorg die hij nodig heeft. Die opgeschreven moet worden in al zijn details. Zodat we in aanmerking komen voor alle euro’s die deze zorg kost. Het zwerft over de bureaus van de vele werknemers die voor deze grote bezuinigingsoperatie zijn ingehuurd. Die geen gezicht hebben bij het zorgdossier dat zij in handen hebben. Ze hebben een opdracht. Maar geen idee van de ware betekenis van al die woorden. En Joris? Die zwijgt. Hij kan zich niet beroepen op zijn privacy. Hij zwerft in archiefkasten en computers van ziekenhuis, zorginstantie en gemeente. Hij ligt gewoon nietsvermoedend op straat met al zijn gebreken. Het benauwde gevoel dat ik hierdoor krijg resulteert erin dat ik mijn website offline zet. Een tijdje. Hopelijk kom ik weer terug. Met alleen maar prachtige verhalen.